Het Eten

De Romeinen kenden aan de tafel en aan de gastronomie een groot belang toe. Een van de gevolgen van de veroveringen was rijkdom: de oude Quirites waren eraan gewend rapen te eten, maar hun afstammelingen waren fijnproevers geworden.
De maaltijden waren de echte wereldse riten van de tijd, zij vonden 's avonds plaats en het waren daarom cenae, terwijl de Romeinen 's middags zich tevreden stelden met een snelle lichte maaltijd.
Men begon met de voorgerechten (gustus, gustatio), schotels die de honger opwekten, waarbij eieren niet ontbraken en waarbij men mulsum dronk, wijn gemengd met honing (mede); men ging daarna door met de eigenlijke maaltijd, met veel gangen en plengoffers met wijn aangelegd met water en men eidigde met het dessert, of - zoals de Romeinen het noemden - de secundae mensae, met pikante spijzen om de dorst te prikkelen.
Helaas, de Romeinen, die grote producenten waren van wijn, dronken die warm en met water aangelengd, en bovendien vermengd met honing en andere substanties.
Zij hielden van 'fantasie'gerechten: uitgebreide vleesgerechten, wild gevuld met ander wild, sausen met een verrassing. En verder paddestoelen, maar gekookt met honing; vis (het gerecht dat alle Romeinen prefereerden), maar behandeld met sausen op basis van fruitgelei.
De smaak en ook de etiquette waren anders dan in onze tijden en het getuigde van goede smaak om het voedsel aangeboden door de gastheer te eten tot je barst, zelfs om te kotsen en weer opnieuw te kunnen beginnen. Dit laatste geldt natuurlijk alleen voor de zeer rijken!





Vorige  Index  Volgende  Register