
![]()
Stad in Noord-Syrië (arab. Halab) werd als Halab
reeds in de teksten van Ebla (midden 3e millennium
vC) genoemd; het was toen al cultusplaats van de weergod.
Teksten uit de het vroege 2e millennium vC
(Mari, Alalach) geven A. als residentie aan van een amoritische
dynastie, die vanuit A. de staat Jamchad regeerde,
die daarna in de 17e-16e eeuw eerst door de Hethieten
en later door de Mitanni en halverwege de 14 eeuw door
de Hethietische koning veroverd werd, die een van zijn zoons
als koning op de troon in A. zette. In de tijd van de Hethietische
heerschappij speelde A. geen grote rol. In het begin van het 1e
millennnium vC werd A. deel van het arameese vorstendom Bit-Agusi.
Assyrische, arameese en luwische teksten tonen A. weer
als een cultusplaats van de weergod (aram. Hadad; foto rechts: tempel van Hadad).
Nadat A. vaak door de Assyriërs veroverd en verlaten, werd A. vanaf de 8e
eeuw vC in hun rijk opgenomen en hoorde A. later
tot het nieuwbabylonische en het perzische rijk. Zie voor de hellenistische
tijd Beroea.
Lit. H. Klengel, Syria 3000 to 300 B. C., 1992.
[H. Klengel]