Alexis (Ἄλεξις), een van de belangrijkste dichters
van de z.g. Midden-Komedie.
Geboren te Thurii in
Zuid-ltalië, bracht A. het grootste deel van zijn leven
in Athene door, waar hij de leermeester en misschien
ook de oom van Menander werd. A. werd volgens
Plutarchus 106 jaar oud;
hij leefde van ca. 375 tot
ca. 270. Zijn literaire nalatenschap bestond uit 245
toneelstukken, waarvan wij 136 titels kennen. Daarvan
hebben er slechts 15 betrekking op mythologische
onderwerpen, de meeste wijzen op onderwerpen
in het genre van de Nieuwe Komedie:
liefdesgeschiedenissen
en typen-komedies. A. zou als eerste het
type van de tafelschuimer of parasiet op het attische
toneel hebben gebracht. Ook de 26 verzen op een
papyrus Berolinensis (nr. 1 1771, 3e eeuw vC) waarin
beschreven wordt hoe iemand zijn toevlucht zoekt
bij het altaar voor een Demeter-tempel, worden door
sommigen aan A. toegeschreven. Het is mogelijk
dat Plautus' Poenulus een bewerking is van A.'
Καρχηδόνιος.
Lit. Uitg. van de ruim 1000 regels fragmenten bij Th. Kock,
Comicorum Atticorum Fragmenta 2 (Leipzig 1884) 297-408,
en bij J. M. Edmonds, The Fragments of Attic Comedy 2
(Leiden 1959) 373-520. - G. Kaibel (PRE 1, 1468-1471). - D. L.
Page, Greek Literary Papyri 1 (Loeb Classical Library,
London 1942) 232-237.
[Nuchelmans]