Cleon

Cleon (Κλέων), atheens politicus uit de eerste helft van de peloponnesische oorlog, zoon van een rijke leerlooier. C., die behoorde tot een maatschappelijke groep die in Athene nog niet rechtstreeks bij het staatsbestuur betrokken was geweest, begon zijn politieke loopbaan als leider van de radicale oppositie tegen Pericles; na diens dood (429) volgde hij hem op als leider van het atheense volk. Als zodanig voerde hij een politiek van volstrekte onverzoenlijkheid jegens Sparta en van onverbiddelijke hardheid jegens de bondgenoten van Athene. Toen in 427 het afvallige Mytilene met grote moeite tot capitulatie was gedwongen, stelde C. in de volksvergadering voor, alle volwassen mannen van de stad te doden en de vrouwen en kinderen als slaaf te verkopen. In 425, nadat Demosthenes Pylus had bezet, wees hij het spartaanse vredesaanbod van de hand. Zijn macht en aanzien bereikten hun hoogtepunt toen hij persoonlijk de spartaanse bezetting van het eilandje Sphacteria dwong, zich over te geven. In 425/424 wist C. de berooide toestand van de atheense financiën te verbeteren door het totaal van de lidmaatschapsbijdragen voor de attische zeebond te verhogen van 460 tot 1460 talenten. De sympathie van de kleine burgerij won hij door de vergoeding voor de leden van de rechtbanken van twee op drie obolen per dag te brengen. In 422/421 ondernam C. een poging om het door de Spartanen bezette Amphipolis terug te veroveren, maar hierin faalde hij deerlijk: zowel hijzelf als de spartaanse generaal Brasidas lieten het leven in de strijd.

Het ongunstige beeld dat Aristophanes (vooral in zijn Ridders) en Thucydides ons van C. hebben nagelaten, is zeker partijdig gekleurd, maar in wezen juist: hij was ijdel, kortzichtig en een buitengewoon handig volksmenner, in capaciteiten verre de mindere van Pericles.


Lit. Thucydides, boeken 1-5. - U. Kahrstedt (PRE 11, 714-717). - M. L. Paladini, Considerazioni sulle fonti della storia di Cleone (Historia 7, 1958, 48-73). [Nuchelmans]


Lijst van Namen