Acacius van Beroea
(gest. ca. 433). Uit een veel groter
oeuvre zijn vijf brieven van hem bewaard gebleven
(MPG 77,99-102; 84,647v; 84,658-660). Voor
zijn optreden in de nestoriaanse onenigheden zie men
G. Bardy (RScR, 1938, 20-40). Vijf lofliederen op
hem door Balaeus vindt men in duitse vertaling in
BKV2 6 (1912) 71-89.
Lit. Bardenhewer 3, 362v. Ch. Baur, Johannes Chrysostomus
2 (München 1930) 137v; 161v. St. Schiwietz, Das morgenländische
Mönchtum 3 (Mainz 1938) 182-190. [Bartelink]