Annas (Ἄννας, van hebreeuws hănanjāh; Ananias),
joods hogepriester (6-15), door
Quirinius benoemd.
Hij genoot zo'n hoog aanzien, dat vijf zonen van
hem (Ant. 20, 9, 1), zijn schoonzoon Kajafas (Jo 18,
13) en zijn kleinzoon Matthias (65 nC) eveneens
hogepriester werden. In het NT wordt hij driemaal
genoemd: Lc 3,2 (optreden van Johannes de Doper);
Jo 18,13.19.24 (verhoor van Jezus) en Hand 4,6 (verhoor
van Petrus en Johannes). [v.d.Born]