Gideon (hebr. gid'ōn: gewoonlijk verklaard als
'houwdegen', volgens Noth 227: de met de gewonde
hand), een van de z.g. grote Richteren (Ri 6-8).
Vele critici onderscheiden in deze groep van verhalen
twee tradities: een aangaande een heterodoxe G.
die met driehonderd man de midjanitische koningen
versloeg, en een andere aangaande een orthodoxe
G. die met behulp van verschillende israelitische
stammen Oreb en Zeëb vernietigde. Ps83,12 veronderstelt
de tegenwoordige vorm van het bijbelse
verhaal. Andere toespelingen vindt men in Is 9,3;
10,26. Zie Abimelech.
Lit. D. Daube, Gideon's Few (Journ. Jew. St. 7, 1956, 155-161).
A. Penna, Gedeone e Abimelec (Bibbia e Oriente 2,
1960, 136-141). B. Lindars, Gideon and Kingship (JThS N.S.
16, 1965, 315-326).
[v. d. Born]