Jefta (hebr. jiftaḥ = hij opent), was een richter in Israël, wiens optreden verhaald wordt in Ri 10,6-12, 7. Hij was de onechte zoon van een man in Gilead en werd verstoten door de wettige zonen van zijn vader. Hij zwierf een tijdlang als bendeleider rond en werd te hulp geroepen in de strijd tegen de Ammonieten.
Na een geslaagde veldtocht werd hij richter
over Israël. Hij stierf zes jaar later en werd begraven
in Gilead. In de bijbelse geschiedenis werd
hij bekend als de man, die zijn dochter moest offeren
na een roekeloze belofte. Sindsdien, zo wordt
verteld, trokken de vrouwen van Gilead elk jaar gedurende
vier dagen het gebergte in om dit meisje te
bewenen. Er wordt ook nog gewag gemaakt van een
strijd tegen de Efraïmieten, die bij hun vlucht aan
de veren van de Jordaan herkend werden aan hun
afwijkende uitspraak van het woord sibbolet (12,6).
[Beek]