Menas

Menas, waarschijnlijk egyptische martelaar (feestdag 11 november), over wiens leven echter geen zekere historische gegevens tot ons zijn gekomen. Van de griekse passio, die in 3 prozaversies bestaat, is de archetypus direct ontleend aan de homilie van Basilius de Grote op de martelaar Gorgius (M. zou in 295 in de Mareotis in Egypte gemarteld zijn). Als populaire nationale heilige van Egypte genoot M. reeds in de 4e en 5e eeuw grote verering, spoedig ook buiten Egypte, vooral bij de kooplieden. Talrijke legenden kwamen tot ontwikkeling. De latijnse en koptische versies van de passio verhalen hoe M., uit Egypte stammend, als soldaat en vervolgens als kluizenaar in Phrygië verbleef en in Cotyaeum de marteldood stierf. Zijn lijk zou naar Egypte teruggebracht zijn en begraven op de plaats waar de kameel die het droeg halt hield. Zijn afbeelding is aan een vast type gebonden: men beeldde hem uit als orant, in tuniek, met een chlamys over de schouder en een liggende kameel aan weerszijden; soms ook als een ruiter. Rondom zijn graf, halverwege Alexandrië en het Natrondal, ontstond een grote christelijke pelgrimsplaats, M. stad, die in 1905-1908 door C. M. Kaufmann weer gedeeltelijk opgegraven is. Men vond er verschillende kerken, kloosters en herbergen voor pelgrims. Bij de heilige bron onder de grafkerk ontdekte men een piscine met badcellen voor het gebruik van het heilig water. Er zijn tal van ampullen voor dit helend water gevonden, voorzien van opschriften.


Lit. G. van Hooff (AB 3, 1884, 258-270). H. Delehaye (AB 29, 1910, 146-150). - H. Leclercq (DAL 11, 324-397). - C. M. Kaufmann, Die Ausgrabung der M. heiligtümer (Kairo 1906-1908). E. A. Wallis Budge, Texts Relating to St. M. of Egypt (London 1909). C. M. Kaufmann, Zur Ikonographie der M.ampullen (Kairo 1913). P. Devos (AB 78, 1960, 154-160; 275-308). [Bartelink]


Afkortingen Lijst van Namen