Onias, vergriekste vorm van Chonja en een sprekend
voorbeeld van hellenisering onder de elite van
Jeruzalem na de komst van Alexander de Grote.
Enkele hogepriesters hebben O. geheten, zoals de
vader van de hogepriester Simon, die Sir50,1-21
met een loflied verheerlijkt is. Het bekendst is de
zoon van deze Simon geworden, O. III, die de moeilijkheden
met Seleucus' afgezant Heliodorus te boven
wist te komen. Hij werd door de seleucidische
koning afgezet, zijn broer Jason volgde hem op,
maar die moest weer zijn plaats afstaan aan Menelaüs,
de leider van de assimilatie-partij. Op diens
aanstoken werd O. III door Andronicus vermoord
in Dafne (2M 3,1-4,38). Dn9,26 zinspeelt op deze
tragedie. De 4e O., zoon van O. III, vluchtte naar
Egypte en stichtte een tempel in
Leontopolis, die
eerst in 73 op last van Titus werd gesloten.
Lit. Schürer 1, 194-196; 640. M. Delcor, Le temple d'Onias
en Egypte (RB 1968, 188-203).
[Beek]