Pachomius

Pachomius, stichter van het cenobitisme. In Zuid-Egypte uit heidense ouders geboren, bekeerde P. zich op 20-jarige leeftijd tot het christendom. De kluizmaar Palemon leidde hem in het ascetisch leven in. Ca. 320 stichtte hij een coenobium, een klooster voor gemeenschappelijk monnikenleven, in Tabennisi (bij Dendera). Later stichtte hij nog acht andere mannen- en twee vrouwenkloosters, die hij alle als algemeen overste bleef leiden. P. gaf zijn stichtingen een regel. Van deze oorspronkelijk in het koptisch geschreven regel is een kwart in fragmenten bewaard. De zogenaamde Excerpta graeca zijn de resten van een verkorte griekse vertaling, die waarschijnlijk van buiten Egypte stamt. Ca. 404 maakte Hieronymus een latijnse vertaling van de griekse tekst, die van grote betekenis geweest is voor Pachomius' invloed op het kloosterleven in het Westen. Van de twee bewaarde latijnse recensies blijkt in tegenstelling tot de algemene vroegere opvatting de recensio longior de oorspronkelijke te zijn.

De regel van P. werd benut door Basilius van Caesarea, in de Regula Vigilii (ca. 420 in Gallië), in de regels van Caesarius van Arles en van Benedictus. Volgens Palladius' Historia Lausiaca (32,1) was de regel, geschreven op een bronzen tablet, door een engel aan P. gegeven, maar in feite wijst alles erop dat de regel geleidelijk ontstaan is, gebaseerd als ze is op praktische ervaring. Ze omvat 192, meest korte, onderafdelingen, die zich gedetailleerd met het monnikenleven bezighouden, onder meer met de verschillende soorten werkzaamheden. Er wordt niet over gemeenschappelijke liturgievieringen gesproken; slechts het gezamenlijk bidden van het ochtend- en avondgebed wordt vermeld.


Lit. Uitgaven: L. Th. Lefort, Oeuvres de s. Pachôme et de ses disciples (Corpus Scriptorum Christianorum Orientalium 159-160, Copt. 23-24, Paris 1959; tekst en franse vertaling). Van de regel: A. Boon/L. Th. Lefort, Pachomiana Latina et épîtres de s. Pachôme. Épître de s. Théodore et Liber de s. Orsiesius. La Règie de s. Pachôme, fragments coptes et Excerpta grecs (Louvain 1932). Levens: F. Halkin, S. Pachomii Vitae graecae (Bruxelles 1932). A.-J. Festugière, Les Moines d'Orient 4,2. La première Vie grecque de s. Pachôme (Paris 1965). - H. Leclercq (DAL 13, 499-510). - O. Grützmacher, P. und das älteste Klosterleben (Freiburg im Er. 1896). P. Ladeuze, Étude-sur 1e cénobitisme Pakhomien pendant le IVe siècle et la première moitié du Ve (Louvain/Paris 1898). H. Bacht, Antonius und P. Von der Anachorese zum Cönobitentum (Studia Anselmiana 38, 1956, 66-107). [Bartelink]


Lijst van Namen