Perpetua, aanzienlijke christin uit Carthago, die met haar dienares Felicitas en andere gezellen de marteldood onderging, voor de wilde dieren geworpen in het amfitheater. Van dit martyrium bestaat een contemporaine beschrijving, een belangrijk document daar het martelaren uit de oudste periode van het christendom betreft. Onze kennis van de oudchristelijke gedachtenwereld, in het bijzonder de visie op martelaarschap en eschatologie, wordt er door verrijkt. Er bestaat zowel een latijnse als een griekse versie. De argumenten die er voor pleiten dat de tekst oorspronkelijk in het latijn geredigeerd is zijn het sterkst.
De tekst bestaat uit vier delen: voorwoord en korte
inleiding (1-2), verhaal van P. over de gebeurtenissen
na de gevangenneming, o.a. over haar vizioenen
(3-10), verhaal van de martelaar Saturus over een
vizioen (11-13), de dood van de vijf martelaren.
Men neemt gewoonlijk aan dat de verhalen van P.
en Saturus authentiek zijn en niet als een literaire
fictie dienen te worden beschouwd. Als redacteur
van het anonieme geschrift wordt dikwijls
Tertullianus
genoemd, maar deze identificatie wordt door
anderen sterk betwijfeld.
Uitgaven van de Passio: J. A. Robinson, The Passion of S.P.
(Texts and Studies 1,2, Cambridge 1891 = Nendeln/Liechtenstein
1967). C. J. M. J. van Beek, Passio Sanctarum Perpetuaz
et Felicitatis (Nijmegen 1936). - H. Leclercq (DAL 5,
1259-1298). - A. d'Alès, L'auteur de la Passio Perpetuae
(RHE 8, 1907, 1-18). A. H. Salonius, Passio Sanctae Perpetuae
(Helsingfors 1921). E. Rupprecht, Bemerkungen zur
Passio Ss. Perpetuae et Felicitatis (Rheinisches Museum
N.F. 90, 1941, 177-192). Ake Fridh, Le problème de la Passion
des Saintes Perpétue et Félicité (Studia Graeca et Latina Gothoburgensia 26, Stockholm 1968).
[Bartelink]