Terach (hebreeuws teraḥ, met onzekere betekenis;
sommigen brengen het in verband met de hebreeuwse
stam jrh en dus met de maan, anderen geven de
voorkeur aan een afleiding uit het syrische trh' en
nemen aan dat de betekenis 'bok' is), volgens het
OT de zoon van Nachor en de vader van
Abraham.
Hij zou met zijn familie weggetrokken zijn uit
Ur der Chaldeeën en zich in Haran gevestigd hebben
(Gn 11, 24-32), waar hij op de leeftijd van 250
jaar gestorven zou zijn. Volgens Joz 24, 2 diende hij
vreemde goden. T. wordt voorgesteld als de stamvader
van alle westsemitische en arameese stammen
die zich in Kanaän hebben gevestigd.
[Beek]