Vincentius

Vincentius van Lérins, priestermonnik levend op Lerinum (Lérins) voor de gallische zuidkust, gestorven vóór 450. Van zijn werk is een van de twee door hem geschreven Commonitoria (Vermanende verhandelingen) bewaard gebleven alsmede een excerpt dat V. zelf uit beide geschriften maakte. Beide tractaten, semipelagianistisch van strekking, werden in 434 onder het pseudoniem Peregrinus gepubliceerd.

Hoewel Augustinus niet met name genoemd wordt, waren ze ongetwijfeld mede bedoeld om diens genadeleer te bestrijden. Het bewaard gebleven Commonitorium is een belangrijk dogmatisch geschrift, waarin de nadruk gelegd wordt op de algemeen geldende traditie, zonder welke de uitleg van de Schrift gevaar loopt in willekeur te vervallen (veelgeciteerde tekst: 2, 5 Magnopere curandum est, ut id teneamus, quod ubique, quod semper, quod ab omnibus creditum est, hoc est enim vere proprieque catholicum).


Lit. Uitgaven: MPL 50, 637-686. G. Rauschen (FlorP 5) (Bonn 1906). A. Jülicher² (Freiburg im Breisgau 1925). Duitse vertaling: G. Rauschen in BKV²- 20 (Kempten 1914). - Bardenhewer 4, 579-582. - H. Koch, Vinzenz von Lerin und Gennadius. Ein Beitrag zur Literaturgeschichte des Semipelagianismus (TU 31, 2b, Leipzig 1907). J. Madoz, El concepto de la tradición en S. Vincenzo de Lerin (Rome 1933). Id., Excerpta Vincentii Lerinensis (Madrid 1940). H.J. Sieben, Der Konzilsbegriff des Vinzenz von Lerin Theologie und Philosophie 46, 1971, 40-70). M. Lods, Le progrès dans le temps de l'Église selon Vincent de Lérins (Revue d'Histoire et de Philosophie Religieuses 55, 1975, 365-385). [Bartelink]


Lijst van Namen