Disciplina arcani

Disciplina arcani, aanduiding (sedert de 17e eeuw) van het gebruik dat de christenen tegenover catechumenen en heidenen cultische handelingen geheim hielden (doop, eucharistie; verder ook het doopsymbool en het Onze Vader; ze betrof echter niet de eigenlijke geloofsleer). Voor de eerste twee eeuwen vinden wij geen duidelijke aanduiding voor het bestaan ervan. Eerder spreken teksten als Plinius, Epistula 10,96 en Justinus, Apologie 1,61-67 hiertegen. Het oudste ondubbelzinnig getuigenis vinden wij in het begin van de 3e eeuw. Grote betekenis kreeg de d. in de 4e en het begin van de 5e eeuw.

De bedoeling van de d. was, de bekeerlingen geleidelijk in de christelijke mysteriën in te wijden en profanatie van het heilige door de heidenen te voorkomen. Het catechumenaat zal in het bijzonder tot de ontwikkeling van de d. hebben bijgedragen. Een zekere parallel bestaat in het zwijggebod van de mysteriëndiensten. Direkte invloed hiervan op het ontstaan van de d. behoeft men niet aan te nemen, al is deze op de latere ontwikkeling wel mogelijk. Enkele restanten van de d. zijn bv. in de liturgieën van het Oosten bewaard (o.a. in de roep van de diaken na de voormis, dat de niet-ingewijden zich moeten verwijderen).


Lit. P. Batiffol (DTC 1, 1738-1758). E. Vacandard (DHistGE 3, 1497-1513). O. Perler (RAC 1, 667-676). - H. Gravel, Arkandisziplin 1: Geschichte und Stand der Frage (Diss. Münster 1902). P. Batiffol, La discipline de l'arcane (Études d'hist. et de théol. positive 17, Paris 1926). H. Clasen, Die Arkandisziplin in der alten Kirche (Diss. Heidelberg 1956). [Bartelink]


Lijst van Namen