Loofhuttenfeest

Loofhuttenfeest (Heb. hag hassukkōt, Gr. σκηνοπηγία).

1. In het OT is het L. het laatste en belangrijkste van de drie Bedevaartsfeesten, vgl. de naam 'het feest' zonder meer (1 Kon 8: 2) of 'feest van Jahweh' (Lev 23:39, Richt 21:19). In de oudere feestkalenders heet het L. 'feest der inzameling' (Ex 23: 16, 34: 22). Bedoeld is het brengen van de opbrengst van dorsvloer en perskuip (Deut 16:13), d.w.z. koren, olie en wijn. Tegelijk ziet het L. terug op het gehele oogstjaar (Deut 16:15; vgl. Lev 23: 39). De loofhutten worden alleen in de latere feestkalenders genoemd (Deut 16: 13, Lev 23 :34) en in de daarvan afhankelijke teksten (bijv. Ezra 3 :4, Zach 14:16). Hieraan ligt waarschijnlijk een oud gebruik ten grondslag, volgens hetwelk zij als woningen dienden tijdens het feest (Lev 23 :42) in het cultuurland (vgl. Richt 9:27, 21:21). Volgens een andere opvatting behoorden de hutten vanaf het begin in de nabijheid van de cultische plaats. Het bouwen van de hutten werd later hoofdzakelijk beperkt tot Jeruzalem (Neh8:l6). De in Lev23:40 zenoemde vruchten en takken van bomen hebben misschien iets met de hutten te maken (vgl. Neh 8: 1 5), misschien dienden zij echter ook ter versiering van de processie.

Tot het feest behoorden offers (Num 29:l3vv). De feestvreugde wordt sterk benadrukt (Deut 16:1 1, 14). Het L. viel volgens oudere bronnen rondom de jaarwisseling (in de herfst) (Ex23:16, 34: 22), volgens jongere meer precies in de tijd van de 15e tot de 22e van de 7e maand (ongeveer oktober), duurde dus 7-8 dagen (Deut 16:15, Lev 23: 34, 39, Num 29: l2vv). Principieel was het L. een dankfeest voor de oogst. Het cultuurhistorisch onderzoek zag daarboven uit in de (gereconstrueerde) feestliturgie van het L. een dramatisch-effectieve voorstelling van de Scheppingsmythe en de verlossing uit Egypte, waardoor een (jaarlijkse) kosmische nieuwe schepping werd bewerkt (S. Mowinckel e.a.; Troonsbestijgingsfeest).

De achtergrond vormde het Babylon. nieuwjaarsfeest. Nog sterker in de godsdiensthistorische sfeer werd het L. getrokken door het te verbinden met het idee van het goddelijk koningschap (A. R.Johnson, G. Widengren e.a.). Het bijzondere van de oudt. denkwijze komt hier te kort. Weliswaar behoren L. en jaarwisseling bij elkaar (zie hogerop), maar daarmee is nog niets gezegd over een Nieuwjaarsfeest. De oudt. scheppings- en verlossingsgedachte is in de teksten verbonden met het motief van de nieuwe dag, daarentegen niet met dat van het nieuwe jaar (Aaien). Weliswaar heeft het L. ook een op de toekomst gericht karakter. De in de Misjna genoemde riten van het water scheppen op het L. hielden klaarblijkelijk verband met de verlangde vroege regen, die gewoonlijk enkele weken later inzette (vgl. Zach 14:17). Dat mag niet worden opgevat in de zin van een nieuwjaarsideologie (vgl. Jub 12: l6vv). Men zou eerder meer heilshistorisch georiënteerde feestmotieven aan het L. kunnen verbinden (vgl. het 'feest van de vernieuwing van het Verbond' en het 'koninklijk feest van Sion').

De bronnen spreken echter ook niet voor een verbinding van deze aard. Iets anders is het, dat het L. als het grootste feest dikwijls de gunstige gelegenheid bood, een periodieke of een incidentele vernieuwing van het Verbond (Deut 31 :10, Neh 8: 1418) of bijv. een feest van tempelwijding (1 Kon 8:2) te vieren (Kutsch, de Vaux). Zo valt ook de nadruk die op het L. wordt gelegd in het eschatologische beeld van Zach 14: l6vv te verklaren. De grote Verzoendag wil men meestal zien als ontstaan uit een afsplitsing van het L. (op de 10e van de 7e maand; Lev 23:27).

De e van de 7e maand (Lev 23:24), die in het na-christelijke jodendom tot nieuwjaarsdag is geworden, heeft nauwelijks iets te maken met het L., maar komt in aanmerking als extra belangrijke dag van de nieuwe maan. Een vraag die nog op antwoord wacht, is die, in welke mate oudt. teksten, die het L. niet noemen, desondanks op het L. betrokken kunnen worden. De religieuze stemming van de bedevaartsfeesten weerspiegelt zich bijv. in Ps 42 en 84; vgl. Ps 28: 1 Lxx. 2. In het NT wordt het L. genoemd in Jo 7:2. Jo 7:37 zinspeelt op de rite van het water scheppen; 8: 12 op de in de Misjna (Sukka v, lvv) genoemde feestverlichting. Of Mc9:5 p betrekking heeft op het L., is onzeker.


Litt.: Nieuwjaar - S.Aalen, 'Licht' und 'Finsternis im Alten Testament, im Spätjudentum und im Rabbinismus, SNVAO ('51) 4363 - E.Kutsch, Das Herbstfest in Israel (ongedr. diss. Mainz., '55) - A.R.Johnson, Hebrew conception of kingschip, in: Myth, ritual and kingship on the theory and practice of kingship in the ancient Near East and in Israel, onder red. v. S.H.Hooke ('58) 204-35 - De Vaux II, 446vv 518, litt.). H.-J. Kraus, Gottesdienst in Israel ('62²) 79vv, 239vv (litt. 79)-ThW VII, 37lv -bij het NT: StB II, 774-812 - ThW VII, 380-2, 393v. [S. Aalen]


Afkortingen Lijst van Namen