Refrigerium, in het taalgebruik van de latijnse
christenen aanduiding voor de verkwikking in het
hiernamaals, het hemels geluk. Veel behandeld is
de vraag of de oorspronkelijke betekenis 'verfrissing,
verkoeling' ofwel de meer algemene betekenis
'verkwikking, rust' aan het begin van de christelijke
betekenisontwikkeling heeft gestaan. Het feit dat in
tal van christelijke teksten de betekenis 'verfrissing'
door middel van water en schaduw nog meespeelt
maakt het eerste waarschijnlijk; afbeeldingen uit de
oudchristelijke kunst suggereren dit eveneens. Dat
er een directe relatie zou bestaan met egyptische
opvattingen (in het bijzonder een formule uit de
Osiris-dienst) lijkt niet waarschijnlijk gezien de aanvankelijke
neiging bij de christenen om cultische
termen van oosterse religies te mijden. Men mag er
veeleer van uitgaan dat de opvatting van het hiernamaals
als een oord van verfrissing in vele gebieden
rond de Middellandse Zee gangbaar geweest is.
Lit. A.-M. Schneider, R. 1, Nach literarischen Quellen und
Inschriften (Freiburg im Breisgau 1928). G. van der Leeuw,
R. (Mnemosyne, Ser. 3, 3, 1935, 125-148). A. Parrot, Le 'R.'
dans l'au-delà (Paris 1937). Chr. Mohrmann, Locus refrigerii
in B. Botte/Chr. Mohrmann, L'ordinaire de la Messe (Paris/
Louvain 1953) 123-132. A. Stuiber, R. interim. Die Vorstellungen
vom Zwischenzustand und die frühchristliche Grabkunst
(Theophaneia 10; Bonn 1957). [Bartelink]