Tachpenês, hapax in het hebreeuwse OT (Tahpenēs), waar een egyptisch woord vermoed wordt. 1 Kg 11, 49v verhaalt dat de voortvluchtige edomitische prins Hadad vriendelijk onthaald en opgenomen werd door een egyptische koning (van de 21e dynastie), die hem zijn schoonzuster tot vrouw gaf, 'de zuster van T., de koningin'. De LXX geven T. door Θεκεμινα weer. B. H. Stricker en B. Grdseloff hebben verondersteld dat T. van egyptisch t3 hm(.t) nsw(.t) 'de echtgenote van de koning' stamt, zodat een officiële titel hier tot eigennaam werd. Sindsdien heeft W. Federn de uitdrukking Dahamunzu, in de hethitische brief K Bo V 6 uit Bogazköy, een kopie van de brief die Tutanchamons weduwe Anchasenpaamon aan Suppiluliumas richtte, als de gevocaliseerde transcriptie van dezelfde titel verklaard. Indien deze opvatting juist is, kunnen noch T. noch Θεκεμινα de weergave zijn van dit woord.
Met een even geringe wijziging komen wij tot *tasep-an-ēs(e);
vgl. Σποννησις, Σπεμμινις, die o.i.
misschien betekenen 'geschenk van Isis, van Mîn'.
Dit type van vrouwennaam is juist in deze tijd zeer
verspreid: vgl. de transcripties Shepenese, Shepenu(Ta)shepenmut,
Tashepenbast, Tashepenkhons
bij K. A. Kitchen, The Third Intermediate Period in
Egypt (Warminster 1972) index. T. zou dan betekenen
'die van (de dochter van?) Sjepenese'.