Talmud

Talmud (hebreeuws talmūd van lāmad 'zich gewennen aan, leren'), verzamelnaam voor een omvangrijke groep rabbijnse geschriften uit de late oudheid.

(I) Begripsbepaling. T. betekende in het latere hebreeuwse spraakgebruik 'studie', 'onderricht' en 'wetenschap', meer in het bijzonder de wetenschap van de torah, en met name de verklaring van de juridische teksten. Daarnaast bezigde men de term t. ook en steeds meer voor de studie van de haalaakoot, het naast de torah door mondelinge overlevering en de jurisprudentie van de schriftgeleerden opgebouwde gewoonterecht. Deze halaakoot waren verzameld in de misjna, en zo werd t. de benaming voor de commentaren op de misjna. De joodse scholen in Babylonië noemden deze commentaren graag gemara, 'voltooiing, voortzetting'. De inhoud van de misjna-commentaren is zeer gevarieerd; ze bevatten bijbelse exegese, juridische vraagstukken, casuïstische discussies, overleveringen van de repetitoren (tannaim) enz. Ze maken de indruk een neerslag te zijn van lessen die over en rond de misjna gegeven werden in de scholen van Palestina (vooral Tiberias, maar ook Caesarea en Sepforis) en Babylonië. Zonder nadere bepaling verstaat men tegenwoordig onder de t. de combinatie van misjna en de commentaren op de misjna.

(II) Ontstaan en omvang. In de 3e en 4e eeuw nC werden de overgeleverde uitspraken van de wetgeleerden verzameld en schriftelijk vastgelegd, o.m. omdat men de greep op het omvangrijke materiaal dreigde te verliezen. Omdat de levensomstandigheden en behoeften in Palestina en Babylonië verschilden, bestond niet overal dezelfde belangstelling voor dezelfde stof, terwijl ook de opvattingen soms varieerden. Aldus ontstonden twee collecties, elk met een eigen karakter; een kortere palestijnse (gemakshalve jerusjalmi, 'jeruzalemse', genoemd) en een langere babylonische t. (babli). De kern van de jerusjalmi gaat mogelijk terug op rabbi Johananben-Nappaha (Tiberias, 3e eeuw), maar deze t.

kreeg eerst in het begin van de 5e eeuw zijn definitieve vorm; hij is geschreven in het joods-palestijnse aramees en voor een deel ook in het hebreeuws. De oorsprong van de babli kan men terugvoeren op rabbi Abba Arika, evenals Johanan-ben Nappaha een leerling van rabbi Jehuda han-Nasi. In Babylonië stelde men aanvankelijk slechts de conclusies van de juridische discussies in beknopte vorm te boek; rond het einde van de 5e en het begin van de 6e eeuw werd de laatste hand aan de collectie gelegd, die geschreven is in het babylonische oostaramees. Terwijl de jerusjalmi 39 tractaten uit de misjna behandelt, strekt de babli zich slechts over 36 uit, maar is niettemin viermaal omvangrijker (in de duitse vertaling van Goldschmidt ca. 10.000 bladzijden).


Lit. Uitgaven van Misjna en Talmud: G. Beer e.a., Die Mischna. Text, Übersetzung und Erklärung 1-6 (Giessen 1912-1926). S. Hammelburg, De Misjna. Tekst met vertaling, verklaring en inleidingen in het Nederlandsch (Amsterdam 1939). P. Blackman, Mishnayoth 1-7 (London 1951-1956; tekst met engelse vertaling en commentaar). K. H. Rengstorf/L. Rost, Die Mischna (Berlin 1958vv). - Volledige tekst van de jerusjalmi o.a. Sjitomir 1867 en Krotoschin 1866 = New York 1949. Franse vertaling: M. Schwab, Le T. de Jérusalem 1-11 (Paris 1871-1889 = 1932). - L. Goldschmidt, Der babylonische T. 1-10 (Berlin/Leipzig 1897-1909; met duitse vertaling en korte verklaringen). Duitse vertaling: Id., Der babylonische T. neu übertragen 1-12 (Berlin 1929-1936). Engelse vertaling: I. N. Epstein, The Babylonian T. (London 1935vv; veertig delen verschenen). Studies: H.L. Strack, Einleitung in T. und Midrasch (München 192l, 1982). J. Palache, Inleiding in den T. (Haarlem 1922, ²1955). M. Mielziner, Introduction to the T. (Cincinnati 1894, New York 1968). P. Fiebig, Der T., seine Entstehung, sein Wesen, sein Inhalt (Leipzig 1929). R.C. Musaph-Andriesse, Wat na de Tora kwam (Baarn 1973).


Afkortingen Lijst van Namen