Thora of tora (hebreeuws tōrāh, letterlijk 'onderrichting'),
in het jodendom verzamelnaam voor alle
- niet noodzakelijkerwijze alleen juridische - aanwijzingen
die Jahwe geeft bij monde van priesters
en profeten, in het bijzonder de wet van
Mozes,
d.w.z. de voorschriften en normen die opgenomen
zijn in de pentateuch. Bij uitbreiding werd ook de
hele pentateuch t. genoemd. De griekse vertaling
van het OT heeft t. met νόμος, weergegeven en het
NT heeft dit woord overgenomen, eveneens in een
ruime betekenis; het NT gebruikt νόμος soms zelfs
voor het gehele OT, bv. 1Kor 14, 21, waar een
woord van Jesaja geciteerd wordt als behorend tot
de 'nomos'.
Lit. G. Östborn, Tôrâh in the Old Testament. A semantic study (Lund 1945). R. Rendtorff, Die Gesetze in der Priesterschrift (Forschungen
zur Religion und Literatur des Alten und Neuen Testaments
44, Göttingen 1953, ²1963). W. Würthwein, Der Sinn des
Gesetzes im Alten Testament (ZThK 55, 1958, 255-270).