Aramees

Aramees, semitische taal, die sterk verwant is aan het hebreeuws en het syrisch.

(I) De oudste teksten in het a. zijn inscripties. gevonden in Sendsjirli in Noord-Syrië. De taal en het schrift van deze inscripties lijken zeer veel op het oudste phenicisch, dat trouwens van invloed is geweest op het schriftelijk vastleggen van het a. in deze gebieden.

De inscripties uit de volgende eeuwen zijn verbreid over een groot gebied, dat zich uitstrekt van het centrum van Klein-Azië tot in Iran, Arabië en Egypte. Omstreeks 500 vC krijgt het a. betekenis als internationale verkeerstaal in het Nabije Oosten. Men heeft deze het rijks-a. genoemd, waartoe ook de taal gerekend wordt van de papyri van Elefantine (een ervan afgebeeld in ANEP nr. 265; vgl. nr. 282), afkomstig van een joodse militaire kolonie, die daar begin 5e eeuw gevestigd was. Enkele specimina, vertaald door H. C. Ginsberg, in ANET 491v.

Ook enkele gedeelten van het OT zijn in dit a. overgeleverd: Dn 2,4b-7,28, Jr 10,11; Gn. 34,47 en Ezr 4,8-6,18; 7,12-26. In het laatstgenoemde bijbelboek kan men de afwijking van het hebreeuws verklaren uit de behoefte de oorkonden te citeren in de taal, waarin zij in de kanselarijen der Achaemeniden oorspronkelijk waren opgetekend. Gewoonlijk noemt men de taal van de a.e gedeelten van Dn en Ezr bijbels-a. De verbreiding van het a. over een zo grote afstand had tengevolge dat er afzonderlijke typen ontstonden. Men onderscheidt daarom:

(1) De nabateese inscripties, die gevonden zijn in Petra, Bostra en Hegra, de centra van het rijk der Nabateeën, dat in het begin van de 2e eeuw nC te gronde is gegaan.

(2) De inscripties van Palmyra, ten noorden van Damascus in Syrië, gedurende de 1e en 2e eeuw nC hoofdstad van een bloeiend rijk, dat voornamelijk aan handel zijn bestaan te danken had. Deze inscripties lopen tot 272.

(3) De inscripties van Hatra, ten zuid-oosten van Mosoel in Irak.

(II) De omgangstaal der joden bij het begin van de christelijke jaartelling was a. Men hoorde het verschil tussen het a. van Jeruzalem- en het galilees a. blijkens Mt 26,73. Enkele woorden en uitdrukkingen in dit a. zijn in de griekse tekst van het NT overgeleverd. Uit deze zelfde tijd stammen een aantal teksten die gevonden werden bij de Dode Zee, zoals het z.g. Genesis-Apokryphon, dat in het a. is overgeleverd. Uit de 2e eeuw stammen een aantal documenten met betrekking tot de opstand van Bar-Kochba, die behalve in het hebreeuws en het grieks ook in het a. zijn opgetekend. Tot deze oude vormen van het a. moeten ook de a.e gedeelten van de jeruzalemse of palestijnse talmud gerekend worden. Het a. van de targum moet jonger gedateerd worden. Door P. Kahle is aannemelijk gemaakt, dat we in deze vertaalde tekst van het OT te doen hebben met het a. der geleerden van Babylon uit later eeuwen. Het is daarom voor een reconstructie van het a. ten tijde van Jezus niet bruikbaar.

Het a. uit zovele verschillende tijden en plaatsen is op grond van Dn 2,4 vroeger chaldeeuws genoemd. Men sprak ook van syrisch, maar deze benaming is thans voorbehouden voor het oost-a., dat zich als schrijftaal der christenen in Mesopotamië heeft ontwikkeld. Het a. is verdreven door het arabisch. Een a. dialect bleef slechts voortleven in drie dorpen van de Antilibanon. Dit is het z.g. Malula-dialect, dat sterke invloed van het arabisch heeft ondergaan.


Lit. J. H. Kramers. De Semietische talen (Leiden 1949) 31-39; 154-159. H. H. Rowley, The Aramaic of the O.T. (Oxford 1329). F. Rosenthal, Die Aramaistische Forschung seit Tb. Nöldeke's Veröffentlichungen (Leiden 1939; herdruk 1964). J.L. Koopmans, Aramäische Chrestomathie (Leiden 1962). S. Segert, Aramäische Studien (Arch. Or. 1956, 383-403; 1957, 21-37; 1958, 561-584). E. Y. Kutscher, The Language of the Genesis Apocryphon: a Preliminary Study (Scripta Hierosolymitana, Jerusalem 1958, 1-35). F. Altheim/R. Stiehl, Die aramäische Sprache unter den Achaimeniden (Frankfurt 1963). F. Rosenthal, A Grammar of Biblical Aramaic (Wiesbaden 1963). Id., An Aramaic Handbook Wiesbaden 1967). J. A. Fitzmyer, The Aramaic Inscriptions of Sefîre (Rome 1967).[Beek]


Kaart