
Chafage, ruïnencomplex ca. 10 km. ten oosten van
Bagdad, op de oostelijke oever van de Dijala.
Het bestaat uit vier heuvels (A-D)
en werd tussen 1930 en 1937 opgegraven door een
expeditie van het Oriental Institute uit Chicago,
o.Lv. C. Preusser en P. Delougaz. De belangrijkste
ruïnenheuvel was A, bewoond vanaf de Uruk-periode
tot het einde van de Akkad-tijd. In deze heuvel
werd het zogenaamde Tempel-Ovaal blootgelegd
(een temenos van 74 x 54 m., op een 6 m
hoog terras, omgeven door een ovale muur), benevens
een tempel voor Sin
en voor Nintu, daterend
uit de predynastieke tijd. Onder de heuvels
B en C werd de vesting Dur-Samsuiluna ontdekt,
gebouwd door Samsuiluna, de opvolger van
Hammurabi. Heuvel D bevatte de ruïnen van woonhuizen
en een Sin-tempel uit de vroeg oud-babylonische
tijd.
De stad van heuvel A en D droeg oudtijds de naam
Tutub, en behoorde achtereenvolgens tot het rijk
van Akkad,
Ur III en Esnunna. Omstreeks het
midden van de 19e eeuw vC was zij tijdelijk zelfstandig.
In heuvel A zijn een aantal oud-akkadische
teksten gevonden, in heuvel D een belangrijk
archief, behorend tot de tempel van Sin, betrekking
hebbend op juridische en economische transacties.
De vroeger voorgestelde identificatie van Chafage
met Upi/Opis is onjuist.
Lit. P. Delougaz, The temple oval at Khafajah (Oriental
Inst. Publ. 53; 1940). P. Delougaz/S. Lloyd, Pre-Sargonid
temples in the Diyala Region (ib. 58; 1942). P. Delougaz,
Pottery from the Diyala Region (ib. 63; 1952, pl. 200 en pl.
HI). R. Harris, The Archive of the Sin Temple in Khafajah
(JCS 9, 1955, 31-120). A. Parrot, Arch. Mésopotamienne
1 (1946) 377-384. [Veenhof]