Girgasieten, een van de volken die Kanaän in pre-israelitische
tijd bewoonden (Gn 15,21; Dt 7,1; Joz
3,10; Neh 9,8; Jdt 5,16), door Gn 10,16 afgeleid van
Kanaän. De joodse traditie die hen (en andere volken)
in verband brengt met de fenicische kolonisatie
in Noord-Afrika zal berusten op het voorkomen van
de namen grgši, grgā, grgšm te Cartago (in de ugaritische
teksten komt grgš voor). Waarschijnlijk behoorden
de G. tot de Hethieten,
en hangt hun aanwezigheid
in Kanaän dus samen met de invasies der
Hethieten.
Lit. Abel 1, 322-325. Simons § 94. Th. Gaster (Syr 15, 1934,
226). B. Maisler (ZAW 50, 1932, 87).
[v. d. Born]