
Kinnereth (hebr. kinneret), grensstad van Naftali
(Dt 3,17; Joz 19,35), ook uit egyptische teksten bekend,
aan de noordwestelijke oever van het meer van
Galilea, vlak boven de latere kustplaats
Kapernaüm,
nu de tell el'orōme, die sinds 1939 onderzocht
werd door een expeditie onder leiding van R.
Köppel, in opdracht van de Görrisgeselischaft; reeds
in 1932 was door R. Köppel en A. E. Mader een
voorlopig onderzoek ingesteld. De stad schijnt vooral
in de laatbronstijd gebloeid te hebben en in het
begin van de ijzertijd verwoest te zijn, misschien
bij de verovering van de stad door Ben-Hadad van
Damascus (omstreeks 900; 1Kg 15,20). Vroeger
was reeds een egyptische wijsteen, waarschijnlijk
uit de tijd van Thutmosis III gevonden (JEA 14,
1928, 281-287). A. Jirku (ZAW 72, 1960, 69 en
FuF 37, 1963, 211) verklaart de naam met 'plaats
van Knr' (= god van de lier).
Lit. Abel 2, 299. Simons 565. Kopp 212-287. [v. d. Born]