Muski, de in assyrische teksten uit de laatste decennia
van de 8e eeuw vC voor de Phrygiërs gebruikte
benaming (Midas). Het mag echter niet
als bewezen gelden en is zelfs onwaarschijnlijk dat
deze gelijkstelling ook reeds voor vroegere periodes
geldigheid zou bezitten. De assyrische koning Tiglatpilesar
I (1115-1077 vC) vermeldt dat hij een
legermacht van 20.000 M. onder aanvoering van
een vijftal vorsten in het gebied van de bovenloop
van de Tigris verslagen heeft. Deze passage is wel
aangehaald om te bewijzen dat de Phrygiërs ofwel
vanuit het noordoosten over de Kaukasus Klein-Azië
binngetrokken zouden zijn, ofwel, toch van de
Balkan afkomstig en over de Bosporus in Klein-Azië
binnengedrongen, zóver naar het oosten zouden
zijn opgetrokken. Het is echter evenzeer mogelijk
dat de term M., door de Assyriërs als collectieve
aanduiding voor hun noordwestelijke buren gebruikt,
in de loop der eeuwen zeer verschillende bevolkingsgroepen
heeft aangeduid. De aanwezigheid
blijkens klassieke bronnen van Moschoi in het
noordoosten van Klein-Azië geeft enige steun aan
deze veronderstelling.
[Houwink ten Cate]