Pygmeeën (Πυγμαῖοι), reeds in de oudheid bekend
afrikaans dwergvolk. De vermelding van P. in de
egyptische bronnen licht ons in over het doordringen
van de Egyptenaren in Afrika en bewijst tevens
dat in de oudheid de P. zich veel meer naar het
noorden toe van het continent bevonden dan thans
het geval is. De autobiografie van Harchuf te Aswàn
bevat een brief van Pepi II (6e dynastie) waarin
sprake is van een Pygmee die deze gouwvorst uit
Nubië heeft meegebracht, alsmede van een Pygmee
die 100 jaar tevoren, onder koning Isesi, uit Punt
was gehaald (Breasted ARE § 351 en 353). De bestemming
van deze P. blijkt uit de benaming 'dwerg
van de dansen voor de god'. Het egyptische woord,
d3ng en dng, herinnert aan het amharische woord
denk voor 'dwerg'.
Naast de P. kenden de Egyptenaren pathologisch onvolgroeide landgenoten. Zulke dwergen zijn reeds bekend in de 1e dynastie. Zij waren werkzaam als bedienden in de huishouding, zorgden voor de huisdieren en traden ook op als namen. De dwerg Seneb, overste van de dwergen van de kleedkamer van de koning, onder de 4e of 6e dynastie, was met een prinses gehuwd en werd begraven in een mastaba te Gizah, waaruit de bekende beeldengroep van gekleurde kalksteen in het Museum te Kairo (nr. 6055) stamt die het gehele gezin voorstelt. Dwergen werden ook opgeleid tot goudsmeden en in deze relatie van hen tot de kunstbeoefening is waarschijnlijk het ontstaan te zoeken van de populaire beschermgod tegen onheilen Ptah-'pataikos'.
Bij de Grieken spreken reeds Homerus, Hecatacus
en Herodotus over Πυγμαῖοι, 'Vuistmensjes' (van
πυγμή, 'vuist'), die sinds Hecatacus ten zuiden van
Egypte gelocaliseerd worden. In de hellenistische
kunst en de muurschilderingen van Pompeji komen
ze in velerlei gestalten met name in Nijl-landschappen
voor (Zie hierboven).
Lit. Helck/Otto 414. O. Waser (Roscher 3, 3283-3317). E.
Wüst (PRE 23, 2064-2074). - W. R. Dawson, Pygmies and
Dwaris in Ancient Egypt (JEA 24, 1938, 185-189). - A. Rupp,
Der Zwerg in der ägyptischen Gemeinschaft (CdÉ 40, 1965,
260-309). - P. Naster, Die Zwerge als Arbeiterklasse in bestinzmten
Berufen im alten Ägypten (18e Rencontre assyriologique
internationale (1970). Abhandlungen d. Bayerischen
Akad. d. Wiss., Philos.-hist. Kl., N.F. 75, München 1972,
138-142).
[Vergote]