
Rimah (Tell al R., 'Sperenheuvel'), plaats op ca.
50 km ten westen van Mosul gelegen en sinds 1964
het voorwerp van britse opgravingen. De 'tell'
bestaat zoals vaak uit een citadel-heuvel waaromheen
een ronde dijk de oude stadsmuur verbergt, in
dit geval met een diameter van ca. 600 m. Tijdens
de Isin-Larsa-periode (2017-1763) werd er al
gebouwd; een tempelcomplex met ziqqurat (tempel
van een aangepast Breitraum-cella model), en een
paleis ontstonden tijdens Samsi-Adad I (1813-1781).
De oud-assyrische naam van de plaats was
blijkens archieven die zowel in tempel als paleis
gevonden zijn, Karana. Een deel van het tekstmateriaal
bestaat uit brieven en is voornamelijk
economisch van karakter. Als een der heersers
wordt Asqur-Adad genoemd.
Bewoning had, met enige onderbrekingen, ook
plaats in de 15e-12e eeuw vC, en een stele van
Adad-Nirari III (810-783) geeft als naam van Tell
al R. in de neo-assyrische periode Zamahu.
Lit. David Oates e.a. (Iraq 27, 1966, 62-80; 28, 1966, 122-139;
29, 1967, 70-96; 115-214 (!); 30, 1968, 115-214; 32, 1970, 1-35;
34, 1972, 77-86; 36, 1974, 179-184). S. Dalley/I. D. Hawkins/
C. B. F. Walker, Old Babylonian Texts from Telt Rimah
(London 1977).
[Meijer]