
Vascones, latijnse naam van het volk dat in de oudheid
het gebied bewoonde tussen enerzijds
de Pyreneeën en de Golf van Biskaje en anderzijds de
bovenloop van de Ebro, d.w.z. het tegenwoordige
Alto Aragón, Navarra en Baskenland. De V., die als
identiek met de latere Basken kunnen gelden, worden
het eerst genoemd door Livius (periocha van
boek 91) naar aanleiding van de krijgsverrichtingen
van de romeinse veldheer
Sertorius in 76 vC. Zij
wisten zowel tegenover de Romeinen als tegenover
Westgoten
en Franken hun politieke zelfstandigheid
en culturele identiteit goeddeels te handhaven. Hun
twee voornaamste steden waren de hoofdstad
Pompaelo (Pamplona) en het ten zuiden daarvan aan de
Ebro gelegen Calagurris (Calahorra). Pas in de late
oudheid (5e of 6e eeuw?) hebben de V. zich ook ten
noorden van de Pyreneeën, in Gascogne, gevestigd.
Lit. B. Estornés Lasa, Origenes de los Vascos 1-4 (San Sebastián 1959-1966). J. Maluquer de Motes ed., Problemas de la Prehistoria y Etnologia Vascas (Pamplona 1966). P. Narbaitz, Le matin basque ou histoire du peuple vascon (Paris 1975). [Nuchelmans]