Het griekse woord χορός duidde oorspronkelijk
de dansruimte aan, later ook de dans zelf en de
groep die deze uitvoert. De groeps- of koordans, die
van oudsher gepaard ging met gezang, al dan niet
met instrumentale begeleiding, was bij de Grieken
en de volken van het Nabije Oosten - zoals bijna
overal elders ter wereld - een vast bestanddeel van
alle, met name ook religieuze, feesten. De muziek
van deze koren is vrijwel geheel verloren gegaan,
over de dansbewegingen weten we een en ander uit
de literatuur en van afbeeldingen; wèl zijn van vele
k.liederen de teksten overgeleverd. Voor zover deze
literaire waarde hebben, worden ze tot de lyriek
gerekend. Bij de Grieken heeft het k. ook een belangrijke
rol gespeeld in het ontstaan en in de ontwikkeling
van komedie en tragedie.
[Nuchelmans]