Eupatriden (Εὐπατρίδαι, 'Nakomelingen der edelgeborenen')
heetten in Athene de leden van de oude
adellijke geslachten die na de afschaffing van het
koningschap en vóór de wetgeving van
Solon alle
openbare ambten en priesterschappen bekleedden
en de Areopaag vormden (vgl. de romeinse
patricii). In de 4e eeuw vC werden uit de E. nog de
z.g. phylenkoningen gekozen;
dezen hadden echter
uitsluitend religieuze bevoegdheden. [Nuchelmans]