Pythia

Pythia (Πυθία), naam van de orakelpriesteres van Apollo Πύθιος in Delphi, dat oudtijds Πυθώ heette.

De P. werd, voor zover we uit de schaarse gegevens kunnen opmaken, voor het leven gekozen of door het lot aangewezen uit een aantal candidaten die geschikt geacht werden om als willig medium voor de openbaringen van de godheid op te treden. Zij behoefde niet tot een bepaalde stand te behoren, maar moest van onbesproken levenswandel zijn, was onderworpen aan zeer strenge reinheidsvoorschriften en woonde in een speciaal voor haar bestemd huis binnen het heiligdom. Haar functie wordt aangeduid met de woorden μάντις, πρόμαντις of προφῆτις; haar persoonlijke eigennaam wordt zelden vermeld. Inzake de eigenlijke aard van de profetische gaven der P. tasten we volledig in het duister; Delphi (II).

Een afbeelding van een P. bezitten we o.a. op een schaal van de z.g. Codrus-schilder (midden 5e eeuw vC) in Berlijn: de attische koning Aegeus staat hier voor de priesteres, die op de heilige drievoet zit, het boofd omhuld, en in de rechterhand een lauriertak, in de linkerhand een schaal houdt (zie onder).



Lit. W. Fauth (PRE 24, 515-547). - G. Roux, Delphi. Orakel und Kultstatten (München 1971; franse editie: Delphes, Paris 1976). Zie verder onder Delphi [Nuchelmans]


Register