Erebus

Erebus (Ἔρεβος), als infernale diepe duisternis en duistere diepte, klimaat en plaats waarheen volgens de grieks-romeinse opvatting van het hiernamaals de schimmen der afgestorvenen afdaalden. In Hesiodus' Theogonie is het kosmologische natuurbeginsel 'duisternis' verpersoonlijkt tot Duisternis, zoon van Chaos en broer van Nyx (Nacht), bij wie E. Aether en Hemera (Dag) won, Het literaire gebruik maakte E. tot synecdoche voor de onderwereld in zijn geheel, en zelfs tot een der infernale godheden.

Sporadisch kreeg E. de betekenis van strafoord der bozen (preklassiek- en klassiek-grieks) en van doorgangsplaats voor de vromen naar het Elysium (laat-romeins). In de vroegchristelijke literatuur en de middeleeuwse epigrafie werd E. synoniem voor de 'christelijke hel'.

Lit. L. von Sybel (Roscher 1, 1296). O. Waser (PRE 6, 403-404). C. Ramnoux, La Nuit et les enfants de la Nuit dans la tradition grecque (Paris 1959). [Sanders]


mythen