Phaëthon

Eens schepte een jongen, Phaëthon genaamd, erover op dat zijn vader Helios was. "Niet waar!" riepen de andere jongens. "Wel waar!" riep Phaëthon. De oudste jongen zei, "Bewijs dat jouw vader Helius is, de Zon." "Goed, dat doe ik." aantwoordde Phaëthon.

Hij liep naar het oosten tot hij bij het grote paleis van Helius kwam. Het licht dat van Helius afstraalde, verblindde hem bijna. Phaëthon viel op zijn knieën en vroeg, "Grote Helius, bent u werkelijk mijn vader?" "Ja, dat ben ik; en Clymene's is je moeder," zei Helius. "Bewijs me dat u mijn vader bent." zei Phaëthon. "Ik zweer bij de Styx, de onbreekbare eed van de goden, dat ik je alles zal geven wat je wenst. Dat moet je bewijzen dat je mijn zoon bent." antwoordde Helius.

Nu was er een ding dat Phaëthon meer dan iets anders wilde. Hij wilde voor een dag rijden in de zonnewagen van Helius. "Ik wil een dag in uw wagen rijden langs de hemel. "Alsjeblieft, zoon," zei Helius, "Vraag me dat niet. Alleen ik kan de zonnewagen besturen. Zelfs Zeus kan dat niet." "Alstublieft, vader," pleitte Phaëthon, "u legde een eed af dat u mij alles wat ik wilde, zou geven, en dit is precies wat ik wil." Tenslotte moest Helius toestemmen. "Vlieg niet te hoog of te laag. Blijf in het midden," zei Helius, toen de paarden de wagen wegtrokken.

Phaëthon vloog door de wolken en was erg blij en trots. In het begin ging alles goed totdat de paarden begonnen te voelen dat slechts een jongen de teugels vasthield. Zij kwamen te laag langs de aarde en verbrandden steden en bossen. Daarna gingen zij te hoog en de sterren klaagden erover dat zij bijna verbrand werden. Zeus wierp toen een bliksemschicht naar Phaëthon om de aarde te redden. Phaëthon stortte neer in de rivier de Eridanus. Zijn zusters de Heliaden verzamelden zijn resten. Phaëthon's moeder Clymene en zusters waren erg treurig. De goden kregen medelijden met hen en veranderde hen in populieren. Helius was bedroefd en liet nooit meer iemand anders zijn wagen besturen.


[Greek Myth]