Tawan(n)anna(s), vermoedelijk in de vóór-hethitische
tijd en binnen het hattische systeem van bestuur
aanduiding van de echtgenote van de heersende
koning (de tabarna, hethitisch labarna-), maar
in de oud-hethitische tijd - tenminste tijdens de regering
van Hattusilis I - titel van een vrouwelijk lid
der koninklijke familie, zuster of dochter van de
regerende vorst, met nog onduidelijkè politieke en/
of religieuze functies. In de tijd van het Nieuwe Rijk
was T. (opnieuw) de titel, één enkele maal ook de
eigennaam (de babylonische prinses, tweede echtgenote
van Suppiluliumas I) van de hethitische koningin.
In religieuze teksten komt T. dikwijls naast
T/Labarna(s) voor; afhankelijk van de beoordeling
van de vraag uit welke periode de tekst feitelijk
stamt, dient men dus ofwel aan de zuster of de dochter
van de regerende vorst ofwel aan diens echtgenote,
de koningin, te denken. In de meest recente studie
over de positie van de T. in het hethitische
staatsbestel wordt geopperd dat de troonopvolging
in de tijd van Hattusilis I aan de T. gebonden was;
de auteur ziet hierin een rest van broer-zuster-huwelijken
binnen de koninklijke familie in een vroeger
tijdvak.
Lit. S. R. Bin-Nun, The Tawananna in the Hittite Kingdom (Texte
der Hethiter 5, Heidelberg 1975). [Houwink ten Cate]