Consularis, 'oud-consul', heette in Rome eenieder
die het consulaat bekleed had. Consulares brachten
in de senaat het eerst hun stem uit; de censuur en
het stadhouderschap van bepaalde provincies waren
aan consulares voorbehouden. In de keizertijd kon
ook aan burgers die nooit consul waren geweest, bij
wijze van onderscheiding, de rang van c. worden
verleend (adlectio inter consulares). In de 4e eeuw
nC duidde c. de hoogste rang van de provinciale
stadhouders aan.