Druïden

druideDruïden (latijn Druides of Druidae), naam van de priesterkaste die bij de Kelten van Gallië en Britannië naast de ridders de leidende stand vormde. Ten tijde van Caesar hadden ze veel ruimere bevoegdheden dan zuiver priesterlijke; behalve met de verzorging van de eredienst waren ze belast met de waarneming en de uitleg der voortekens, met de rechtspraak en met het onderwijs aan de jongelieden uit aanzienlijke kringen. Aan de d. wordt de verkondiging van de onsterfelijkheid der ziel en van de zielsverhuizing toegeschreven. Hoewel ze geen directe politieke macht bezaten, oefenden ze ook op de staatkundige verhoudingen een grote invloed uit. Zij genoten belangrijke privileges zoals vrijdom van belasting en militaire dienst, en kozen uit hun midden een opper-d.

Volgens enkele bronnen zou de macht der d. door het romeinse gezag met geweld zijn gebroken; het is echter niet uitgesloten dat hun invloed vanzelf is getaand toen de keltische samenleving door de romeinse overheersing ingrijpende veranderingen onderging. In elk geval fungeerden de d. in de late keizertijd nog slechts als een soort waarzeggers en tovenaars.


Lit. Caesar, De bello Gallico 6, 13v. - M. Ihm (PRE 5, 1730-1738). - T. Kendrick, The Druids (1927). F. le Roux, Les Druides (Paris 1961). A. Owen, The Famous Druids. A Survey of three Centuries of English Literature on the Druids (Oxford 1962). [Nuchelmans]


Register