Moneta, epitheton van de godin
Iuno, dat vanouds
in verband gebracht werd met monere,'manen' of
'herinneren'. Met de eerste betekenis was de
verklaring (αἴτιον) verbonden dat
Iuno middels de waarschuwende
ganzen het Capitool redde (387 vC) of tijdens
een aardbeving het juiste zoenoffer had aanbevolen.
De tempel van Iuno op de Arx, de noordoostelijke
top van de Capitolinus, dateerde van 345 vC.
Gedurende enige tijd was hier de munt van Rome
gevestigd; zo kreeg m. metonymisch ook de
betekenissen 'munt(plaats)' en 'gemunt geld'.
De betekenis 'herinneren' van monere werkte door
in de algemene identificatie van M. met de griekse
Mnemosyne.
Lit. Livius 5, 47. Plutarchus, Camillus 27. - G. Radke, Die
Götter Altitaliens (Münster, 1965) 221-223. [Versnel]