Ver sacrum ('aan de goden gewijde lente(opbrengst)'), naam van een ouditalisch godsdienstig gebruik, waarbij een volksgemeenschap in tijden van grote nood alles wat de komende lente aan gewas zou opbrengen en aan jonge dieren en mensen zou zien geboren worden, aan de god Mars toewijdde. De oogst en de jonge dieren werden te zijner tijd geofferd, het offeren van de jongens en meisjes werd gewoonlijk zo verwezenlijkt dat dezen zodra ze de leeftijd van 20 jaar bereikt hadden, uit het land weggezonden werden met de opdracht een nieuwe vestigingsplaats te zoeken. Aldus zouden volgens een oude traditie, waarvan bij enkele schrijvers vage sporen aan te treffen zijn, diverse italische stammen zich over Italië verspreid hebben; men neemt aan dat ook dreigende overbevolking als een rote nood beschouwd werd. De emigranten zouen, zo nemen sommige geleerden aan, gegidst zijn door een heilig dier: de naam van de samnitische stad Bovianum werd verklaard als een afleiding van bos (rund), die van de Hirpini als een afleiding van hirpus (wolf), die van de Picentes als een afleiding van picus (specht). Veel van dit alles is reine hypothese.
Van slechts één v.s. bezitten we een enigszins gedetailleerd
relaas, maar dit dateert uit later tijd. Livius
(22, 9-10) vertelt hoe na de romeinse nederlaag bij
het Trasimeense Meer (217 vC) deze geweten wer
aan verwaarlozing van de religieuze voorschriften
en dat na raadpleging van de sibyllijnse boeken
een v .s. beloofd werd, en wel aan Iuppiter en slechts
van varkens, schapen, geiten en runderen. Tengevolge
van de lange duur van de oorlog kon de gelofte
pas in 195 vC nagekomen worden; en omdat daarbij
een vormfout gemaakt werd, moesten de offers in
194 vC herhaald worden (Livius 33, 44; 34, 44). Aan
de historiciteit van de door Livius beschreven gebeurtenissen
kan niet getwijfeld worden; zijn relaas
verraadt evenwel de problemen die met de transpositie
van een archaïsch gebruik naar moderner tijden
gepaard gingen.
Lit. W. Eisenhut (PRE 8A, 911-923). - J. Heurgon, Trois études
sur le 'ver sacrum' (Coll. Latomus 26, Bruxelles 1957). U. Scholz,
Studien zum altitalischen und altrömischen Marskult (Heidelber
1970) 49-52.
[Nuchelmans]