De Economie


Ondanks het belang en de omvang van de Romeinse handel, vooral in de keizertijd, was de landbouw (en ze bleef dat in elk tijdperk) de belangrijkste bron van de welvaart van de maatschappij. Natuurlijk kwamen er voortdurende veranderingen met de wisselingen in de productietechnieken.
In het begin vormde het kleine boerenbedrijf waarop de eigenaar werkte, de basis van de landbouw, terwijl het de beste soldaten aan het leger en burgers aan de Republiek verschafte. Vanaf de Punische Oorlogen kwam het latifundium in zwang, dat, bewerkt door slaven, de basis werd van de landbouw van het Rijk; met de groei van de belastingdruk op de boeren werd een steeds groter aantal vrije burgers ertoe gebracht of gedwongen het eigen land af te staan aan de grote eigenaren in ruil voor hulp of bescherming.
Deze evolutie bevorderde de voortgang van de landbouwtechniek niet. De ploeg was vaak primitief, men verbouwde vaak hetzelfde gewas op hetzelfde land en het latifundium stimuleerde meer de extensieve landbouw dan de intensieve.
Een grote impuls kreeg de landbouw tegen het einde van de eerste eeuw, toen de fokkerij, gedurende tijden het winstgevendste deel van het latifundium, zijn winstgevendheid verloor en er weer een terugkeer was naar de bebouwing van de landerijen met de inspanning van energieke, hardwerkende pachtboeren, aan wie de Romeinse landbouw vele vernieuwingen of verbeteringen te danken had.


Vorige Index Volgende Register