Amazia (hebreeuws 'ămasjāh) was een koning van
Juda (800-786). Van hem wordt bericht, dat hij bij
het begin van zijn regering wel de moordenaars van
zijn vader Joas heeft gedood maar niet hun zonen
(2Kg 12,21v). Dit kan wijzen op een ontwikkeling
in de rechtsgeschiedenis van Juda, waarbij na 800
de familie niet langer verantwoordelijk gesteld wordt
voor de daden van een verwant. A. heeft na de verovering
van Sela (= Jokteël) op de Edomieten een
oorlog ontketend tegen Israël, ondanks de waarschuwing
van Joas (2Kg 14,9). Hij werd verslagen bij
Beth-Semes, waarna Joas de stad Jeruzalem veroverde
en een deel van de muur afbrak. Dit is misschien
aanleiding geweest voor de Judeeërs A.'s zoon
Azarja = Uzzia op de
troon te brengen. Bij een poging
de macht opnieuw in handen te krijgen werd A.
in Lachis gedood (2Kg 14,1-22).
[Beek]