Mesa, koning van Moab, regeerde in het midden van de 9e eeuw vC als tijdgenoot van Josafat en Achab. Tijdens een veldtocht van de verbonden koningen van Juda, Israel en Edom tegen Moab werd hij in het nauw gebracht. Nadat hij zijn eerstgeboren zoon had geofferd op de muur van zijn belegerde stad, kwam een 'grote toorn' (de toorn van de god Kamos?) over Israel en men liet hem verder met rust (2Kg 3,3-27).
Zijn naam is verbonden aan een stèle van zwart
basalt met een inscriptie in het moabitisch, die in
1868 bij Diban werd ontdekt. Hierin vertelt hij hoe
hij zich van Israel heeft vrijgemaakt, en over zijn
bouwwerken. De steen, waarvan de echtheid lange
tijd in twijfel is getrokken, maar waarvan de inscriptie
tot uitgangspunt van een moabitische grammatica
is geworden, bevindt zich in het Louvre te
Parijs. Er zijn in 1962 in Karcha fragmenten van
een kopie gevonden.
Lit. S. Segert, Die Sprache der moabitischen Königsinschrift
(ArOr 29, 1961, 197-267). Vertaling met commentaar in KAI
2, 168-179. Zie ook ANET 320v en voor afb. ANEP nr. 274.
- I. Schiffmann, Eine neue moabitische Inschrift aus Karcha
(ZAW 77, 1965, 324v).
[Beek]