(I) Geografie. De O. is een 3 1/2 km lange, van noord naar zuid lopende bergrug, op korte afstand (Hand 1,12) ten oosten (Zach 14,4) van Jeruzalem, aan de overzijde van de Kidron (vgl. Mc 14, 26 e.p. met Jo 18,1). Over de O. liep een toegangsweg naar Jeruzalem (vgl. 2Sm 15,30). De O. heeft drie toppen, waarvan de meest zuidelijke, de eigenlijke O. (812 m), de traditionele plaats van de hemelvaart is. Tegenwoordig ligt er het dorpje kefr et-tur, dat door de christelijke overlevering beschouwd wordt als de voortzetting van het evangelische Betfage (Mt21,1 e.p.). In het zuidoosten wordt de O. geflankeerd door een iets lagere top, op welks helling Betanië lag.
(II) Geschiedenis. De O. speelt een rol in de triomfale intocht van Jezus in Jeruzalem (Mt21,1 e.p.). Volgens Lc 21,37 (vgl. 22,39) bracht Jezus de laatste dagen voor zijn lijden door op de O.; uit Jo 18, 1v mag men afleiden dat hij toen verbleef in de tuin van Getsemani. Op de O. werd ook de eschatologische redevoering uitgesproken (Mt24,3 e.p.). Hand 1,12 situeert er de hemelvaart, Lc24,50v spreekt van Betanië.
(III) Cultus. Verschillende gebeurtenissen uit het
leven van Jezus werden op de O. gelokaliseerd, met
name in de grotten, die gelegenheid boden voor
samenkomsten. Zo is er de grot van het verraad, de
grot van Betanië, die van de eschatologische rede,
waarboven keizerin Helena de Eleona-basiliek
bouwde. In de vorige eeuw verrees daar het klooster
van het 'Pater', omdat Jezus daar zijn leerlingen
het Onze Vader geleerd zou hebben. Sinds de 2e
helft van de 4e eeuw was er op de plaats van de
hemelvaart een heiligdom; thans staat er een moskee.
Lit. L. Heidet (DB 4, 1779-1793). G. Dalman, Orte und Wege
Jesu (Gütersloh 1921) 223-230. J. B. Curtis, Am Investigation
of the Mount of Olives in the Judaeo-Christian Tradition
(Hebr. Union Coll. Am. 28, 1957, 137-177). J. T. Milik,
Sanctuaires chrétiens de Jérusalem à l'époque arabe (RB 67,
1960,550-559). [Bouwman]