
Bad-tibira, een van de oudste zuid-mesopotamische
steden, in 1953 geïdentificeerd met Tell-Madineh of
Tell el-Madain, ca. 20 km ten noordoosten van
Larsa. De naam van de stad betekent
in het sumerisch 'vesting van de kopersmid', maar
dit berust vermoedelijk op een volksetymologie,
daar oude teksten de naam spellen als Bad-bi-ra of
Pa-ti-bi-ra (L J. Gelb, Genava 8, 1960, 263), wat er
op kan wijzen dat de stad, evenals de meeste 'sumerische'
steden, van vóór-sumerische oorsprong was.
Volgens de sumerische koningslijst regeerde hier,
nadat 'het koningschap uit de hemel was neergedaald'
en vóór de grote vloed de 2e bab. dynastie,
bestaande uit de vorsten Enmenluanna, EnmengaIanna
en Dumuzi 'de herder' (Berossus αμηλων, αμεγαλορος en δαωυος) gedurende 108.000 jaar. De
laatste vorst, Dumuzi, werd later als god in B. vereerd,
samen met zijn gemalin Inanna, in de tempel
E-mus-kalamma, o.a. (her)bouwd door Entemena
van Lagas. Andere goden hier vereerd waren Latarak,
Kittum en Didli. De cyclus van sumerische
tempelhymnen bevatte ook een lied op de tempel
van Dumuzi te B. (Zimmern, ZA 39, 259 no. 16).
Na de oud-babylonische tijd verloor de stad in betekenis.
Lit. V. Crawford, The location of Bad-Tibirra (Iraq 22,
1960, 197-199). Th. Jacobsen, The Sumerian King List (Chicago
1939) 71-73. W. F. Leemans, Tabiets from Bad-tibira
and Samsuiluna's reconquest of the South (JbEOL 15,
1959, 214-218). Pritchard, ANET 43b (en noot 33); 265b.
[Veenhof]