
Idumaea (Ἰδουμαία), grieks-romeinse naam van
Edom. Het
gebied van I. valt evenwel niet geheel samen met dat
van het oude E., omdat I. ook het zuiden van Juda,
de landstreek van Hebron, omvatte, die waarschijnlijk
na 586 door de Edomieten in bezit genomen was
(vgl. Am 1,11; Ob 13; Ez25,12; 35,5.10; Kl4,21;
Ps 137 ,7) terwijl van de andere kant een deel van het
oude gebied van Edom bezet werd door de Nabateeën
(vgl. Js34,5; 63,1; Jr49,7; Mal 1,2-5). In de
syrische tijd vormde I. een eparchie (Diodorus) of
satrapie (Fl.Jos.) onder een στρατηγός (2M 12,3237:
Gorgias). In 126 vC werd I. door
Johannes Hyrkanus
I veroverd en gejudaïseerd. In romeinse tijd
was I. een toparchie van Judea, met een zeer beperkt
grondgebied. Antipater en Herodes de Grote waren
Idumeeën. Na de ondergang van de joodse staat verdwijnt
ook I. uit de geschiedenis.
Lit. Abel 2, 135-153. Simons blz. 562.
[v. d. Born]