Magan

Magan en Meluhhya vormen twee in teksten uit het oude Mesopotamië vaak verbonden geografische begrippen, tegenwoordig meest gelocaliseerd respectievelijk in Zuid-Iran en in het Indus-gebied. Volgens sommige teksten kwam men er via Dilmun (= Bahrain). M. zou door Sargon van Akkad (zeer tijdelijk) veroverd zijn. Naramsin van Akkad zou een vorst van M. gevangen hebben genomen. Volgens een variant in de tekst van het z.g. Cruciform Monument zou Manistusu van Akkad Ansan en de stad van Meluhhya hebben verslagen. Een inscriptie op een buitstuk uit M. van Naramsin is bekend, doch een vorst van dit land nam deel aan een opstand tegen Naramsin.

Sargon van Akkad spreekt in zijn inscripties over vrachtschepen uit Dilmun en M. en Meluhha. Nog Gudea voerde produkten uit M. en Meluhha in.

Zeker tot in de tijd van de regering van Rimsin van Larsa zijn er gegevens over de zeehandel. Nog Ibbisin van Ur III zou tribuut uit Meluhha ontvangen hebben. In later tijd worden M. en Meluhhya, vermoedelijk wegens gelijksoortigheid van produkten, verbonden met Egypte en Nubië. Volgens o.a. Th. Jacobsen en S. N. Kramer moeten M. en Meluhha ook in de oudste periode verbonden worden met deze westelijke gebieden. I. J. Gelb houdt M. voor de zuidkust van de Perzische Golf tot en met Oman en Meluhha voor de noordkust, met het aangrenzende kustgebied tot de Indus.


Lit. W. Nagel (BJV 6, 1966, 5vv). E. F. Weidner, (AfO 16, 1953, 6vv). W. F. Leemans, Foreign Trade (Leiden 1960) 158 vv. Vgl. Journal of Economie and Social History of the Orient 11, 1968, 215. Th. Jacobsen (Iraq 22. 184, noot 18). S. N. Kramer, The Sumerians (Chicago 1963) 276vv. I. J. Gelb (RA 64, 1970, 1vv). S. Parpola (AOAT 6, 1970, 234 en 245v). [van Driel]


Kaart