Saxones

Saxones, germaanse volksstam, voor de eerste maal ca. 160 nC vermeld door Ptolemaeus (Geographica 2, 7-9 en 16) als een kleine stam in Holstein. In de Germania van Tacitus worden zij niet vermeld en evenmin in de Historia naturalis van Plinius. Zij komen pas weer voor in 4e-eeuwse bronnen (o.a. Eutropius 9, 21) en wel als zeerovers; vooral Gallië en Britannië hadden van hun plunderingen te lijden. Op de oostkust van Britannië, aan de beide zijden van het kanaal en op de Atlantische kust van Gallië tot aan de Garonne organiseerden de Romeinen een verdedigingssysteem onder het commando van de comes litoris Saxonici (Britannië en België) en de dux tractus Armoricani et Nervicani, dat het best in Engeland is onderzocht. De aanvallen bleven echter aanhouden.

kaart

In de tweede helft van de 4e eeuw maakte de vader van keizer Theodosius I, de magister equitum Theodosius, zich zeer verdienstelijk bij de bestrijding van de S. Ca. 370 werd te 'Deusone in regione Francorum' een groep S. vernietigd, die in Noord-Gallië hadden geplunderd; dit moet in het gebied van de Salische Franken zijn gebeurd, en wel bij het dorp Diessen in Noord-Brabant. In de 5e eeuw begonnen de S. samen met de Angelen en de Juten de verovering van Britannië.

Een moeilijk probleem is het ontstaan van het grote volk der Saksen, dat in de 6e en de 7e eeuw bijna geheel Noordwest-Duitsland tussen Elbe en Eems bewoont en beheerst. Het is de vraag of de Chauci - zoals sommigen veronderstellen - daarvan de kern hebben gevormd, daar het dan niet duidelijk is waarom niet deze machtige stam de naam aan het volk heeft gegeven, maar de kleine stam der S. De sage van het ontstaan zoals die is weergegeven bij Widukind van Corvey (Res gestae Saxonicae 1, 3-6) wijst erop dat de vorming niet zonder strijd is verlopen; ook uit andere bronnen krijgt men de indruk dat verovering een grotere rol heeft gespeeld dan geleidelijke aaneensluiting van de noordwestduitse stammen tot een grote Saksenbond.


Lit. L. Schmidt, Geschichte der deutschen Stamme. Die Westgermanen 1² (München 1938) 33-70. E. Schwarz, Germanische Stammeskunde (Heidelberg 1956) 117-134. D. A. White, Litus Saxonicum (Madison 1961). B. H. Stolte, Deusone in regione Francorum (Tijdschrift voor Geschiedenis 70, 1957, 76-86). Id., Het probleem van de Saksen (Annalen van het Thijmgenootschap 53, 1965, 12-21). W. Lammers ed., Entstehung und Verfassung des Sachsenstammes (Wege der Forschung 50, Darmstadt 1967). [Stolte]


Kaart