
Vahalis of Vachalis, latijnse vormen van de germaanse
(oorspronkelijk keltische?) naam van de rivier
de Waal, de zuidelijke arm van de Rijndelta.
De naam komt, in de vorm Vacalus, het eerst voor
in Caesars De bello Gallico (4, 10), maar de echtheid
van deze passage - een geografische excurs in
het verslag van de nederlaag der Usipeten en
Tencteri - is aan twijfel onderhevig; de tekst is bovendien
voor meer dan één uitleg vatbaar. Betrouwbaarder
is Tacitus' beschrijving van anderhalve
eeuw later (Annales 2, 6): Rhenus uno alveo continuus
aut modicas insulas circumveniens apud principium
agri Batavi velut in duos amnes dividitur servatque
nomen et violentiam cursus qua Germaniam
praevehitur, donec Oceano misceatur; ad Gallicam
ripam latior et placidior adfluens (verso cognomento
Vahalem accolae dicunt) mox id quoque vocabulum
mutat Mosa flumine eiusque immenso ore eundem in
Oceanum effunditur (de Rijn, die tot dan toe door
één bedding stroomt of slechts kleine eilanden omspoelt,
verdeelt zich bij het begin van het gebied der
Bataven als het ware in twee stromen: daar waar hij
langs Germanië loopt, behoudt hij zijn naam en de
onstuimigheid van zijn stroom, totdat hij zich verenigt
met de Oceaan; daar waar hij met een bredere
bedding en rustiger langs de gallische oever stroomt,
krijgt hij van de oeverbewoners; een andere naam,
Waal, die hij vervolgens nogmaals verandert om via
de Maas en haar uitgestrekte mond eveneens in de
Oceaan uit te monden).
De V. vormde aldus de zuidgrens van de insula
Batavorum. In de landstrook
tussen Maas en Waal liep langs de zuidelijke
oever van de V. een romeinse heirbaan, waaraan
o.a. Noviomagus
(Nijmegen) en Grinnes (Rossum)
lagen.
Lit. P. Goessler (PRE 7A, 2018-2024 .- R. Henni ,Die Stromver1
ma endesNiederrheins biszur ginnenden Neuzeit (Bonner
Jahrbücher 129, 1924, 166-221). [Nuchelmans]