Eupolemus (Εὐπόλεμος), gehelleniseerde jood die ca.
160 vC een populariserend geschiedwerk Περὶ τῶν ἐν τῇ Ἰουδαιαίᾳ βασιλέων (De koningen van Judea)
samenstelde, waaruit
Clemens van Alexandrië en
Eusebius enkele citaten
geven. Tegenover zijn bronnen
- vooral de Septuagint en de hebreeuwse tekst
van het OT - veroorloofde E. zich grote vrijheden,
vermoedelijk uit propagandistische overweigingen.
Mozes wordt voorgesteld als de uitvinder van het
schrift en als leermeester, via de Pheniciërs, der
Grieken. Hij heeft ook een briefwisseling van koning
Salomo met Uaphres (Apriës; Chofra) van Egypte
en Suron (Hiram) van Phenicië. Misschien identiek
met de in 1M 8,17 en 2M 4,11 genoemde.
Lit. Fragmenten bij F. Jacoby, Die Fragmente der griechischen
Historiker 3 C (Leiden 1958) nr. 723. - Id. (PRE 6,
1227-1229). - Schürer 3, 469; 474-477. [Nuchelmans]