Cratylus (Κρατύλος) van Athene, griekse wijsgeer,
jongere tijdgenoot van Socrates.
C. noemde zich een
leerling van Heraclitus en
leidde uit diens leer de
radicale sceptische stelling af dat, aangezien alles
voortdurend in beweging is, van niets met zekerheid
iets gezegd kan worden. Plato
laat C., die zijn eerste
leermeester geweest zou zijn, in de naar hem genoemde
dialoog beweren dat onwaarheid spreken een onmogelijkheid
is en dat er van nature (φύσει) voor elke persoon
en elk ding een juiste benaming bestaat die in alle
talen dezelfde is, terwijl zijn gesprekspartner Hermogenes
houdt dat de woorden slechts op conventie
berusten.
Lit. Stenzel (PRE 11, 1660-1662).
[Nuchelmans]