Jarimlim, koning van Aleppo (Jamchad) in de tijd
van Hammurapi van Babylon, Rimsin van Larsa
en Zimrilim van Mari (18e eeuw vC). Zijn
machtspositie blijkt uit een brief aan Zimrilim,
waarin wordt geschreven: 'Een koning, die op zichzelf
alleen machtig zou kunnen zijn, is er niet. Achter
Hammurapi, de man van Babylon, gaan 10, 15
koningen, evenzovele achter Rimsin, de man van
Larsa, Ibalpiel, de man van Esnunna, Amutpiel,
de man van Qatna, en achter J., de man van Jamchad,
gaan 20 koningen' (G. Dossin, Syria 19,
1938, 117). Blijkens de teksten van Alalach laag VII
(contemporain met de latere koningen van de 1e
dynastie van Babylon) was deze staat aan de Orontes
een vazalstaat van Jamchad. De oud-hethitische
teksten van de 17e eeuw vC vermelden 'het Grootkoningschap'
van Aleppo (= Jamchad) en noemen
een koning van Aleppo, J. III, en diens zoon Hammurapi
III (van dezelfde staat).
Lit. A. Goetze (JCS 11, 1957, 68v). H. Otten MDOG 82, 62.
Laroche, Les noms des Hittites (Paris 1966) nrs 436 en 268.
[Houwink ten Cate]